Sommige opmerkingen kun je beter niet maken als je onderhandelt. Ze brengen je verder van huis en schaden het vertrouwen. Het zijn uitdrukkingen die bij je gesprekspartner  alle alarmbellen laat afgaan. “Vertrouw me nou maar”, is zo’n zin. Maar er zijn nog andere…

Vertrouw me maar (niet)

Een zin als “Vertrouw me nou maar” heeft als kern dat de zender eigenlijk niet te vertrouwen is. De opmerking kan volgen nadat jij om extra informatie hebt gevraagd.

Je moet dan op je hoede zijn. Wat je niet wilt, is dat je een overeenkomst sluit die voor meerdere uitleg vatbaar is. Leg je gesprekspartner uit dat je de gegevens zelf wilt inzien. Je onderhandelt nu weliswaar met deze persoon, maar ook als je later met een ander moet onderhandelen,  wil je het  het resultaat kunnen afdwingen.

Ik zal (niet) heel eerlijk zijn
Een opmerking zoals: “Ik zal heel eerlijk tegen je zijn” of”Ik zal niet tegen je liegen”, roept vragen op: “Is de spreker dan tot nu toe niet eerlijk tegen je geweest? En liegt hij/zij dan wel tegen anderen? Waarom vindt de spreker het noodzakelijk om dit te zeggen?”. Wantrouwen over eerlijkheid ligt, misschien wel zeer terecht, op de loer.

Het is (absoluut) alles of niets

De uitspraak: “Het is alles of niets” is niet handig, zelfs niet in de fase van het definitieve bod.  Zelfs als je gesprekspartners  je bod accepteren, houden ze er een vervelend gevoel bij. Nog los van de redelijkheid van het voorstel. Als jij “het is alles of niets” te horen krijgt, beoordeel dan alleen de inhoud,  los van de  manier waarop het is gepresenteerd. Bepaal of je de inhoud acceptabel vindt aan de hand van de doelen en de grenzen die je vooraf had gesteld.

Realiseer dat deze uitdrukking erg agressief overkomt. Het vergroot absoluut niet je kans  om een bod geaccepteerd te krijgen.

Bron: “Onderhandelen voor Dummies” Michael C. Donaldson, Mimi Donaldson, 2004