Louise Boelens, arbeidspsycholoog en coach, schreef voor Hart & Ziel (Volkskrant) het traject ‘Meer plezier in je werk‘. Het kennen van en je verbinden met je eigen drijfveren én kwaliteiten, is een belangrijke leidraad bij het bereiken van meer plezier in je werk.
In dit artikel lees je 10 tips die voortvloeide uit dit traject.

1. Flow kennen we allemaal.

Iedereen kent momenten dat je helemaal in iets opgaat, dat je de tijd vergeet, en boven jezelf uitstijgt. Dit wordt wel ‘flow’ genoemd. Meestal geeft dit je een gevoel van beheersing of meesterschap en het brengt je een geluks-ervaring. Belangrijke elementen bij flow zijn: er is een ‘prettige’ uitdaging, dwz niet te groot, maar zeker niet te klein; de uitdaging sluit goed aan bij jouw capaciteiten; je hebt een doel voor ogen; en je verricht een activiteit die je onmiddellijke feedback verschaft. Je leert dus steeds van je fouten.
De meeste mensen hebben flow wel eens meegemaakt. Dat betekent dat je eigen flow-ervaringen kunt ´terughalen´. Het je weer herinneren en doorleven helpt om te ontdekken wat je kwaliteiten en drijfveren zijn. Onderzoek een aantal van je deze ervaringen en vraag je af: wat zijn de kwaliteiten van deze persoon? En: waar loopt deze persoon nou eigenlijk warm voor? Het kennen van en je verbinden met je eigen drijfveren én kwaliteiten, is een belangrijke leidraad bij het bereiken van meer plezier in je werk.

2. Ontdek de flow in je eigen functie.

Vraag je regelmatig af waar het jou om gaat in je werk? Waarom wilde je (destijds) deze baan? Wat verwachtte je ervan? Wat zijn (en waren) de momenten in je werk die je motiveren, waarvan je zegt: “ja, hier doe ik het voor.” Als je dat helder voor ogen hebt, vraag je dan af: wat maakt dat ik er warm voor loop? Welke elementen zíjn er, of kan ik creëren, om het werk naar mijn hand te zetten?

3. Weet wat je moet doen

Sta regelmatig stil bij je eigen functie: wat zijn precies jouw taken? Wat is je rol? Welke bijdrage word je geacht te leveren aan het doel van de organisatie? Welke relaties moet je daartoe goed onderhouden? Met andere woorden: wat is er nodig om in jouw functie echt succesvol te zijn? Benoem voor jezelf de belangrijkste taken en de competenties die een succesvol functioneren opleveren. Kies er voor om op het werk te doen, wat je moet doen (richt je op je belangrijkste taken) en kies ervoor je verder te ontwikkelen in de competenties die jij belangrijk vindt

4. Verbind je met je functie

Stel je eens voor dat een ideaal persoon jouw functie uitoefent. Deze persoon ís helemaal de functionaris die hij of zij wordt geacht te zijn! Hij of zij heeft het juiste gedrag, de juiste houding, de juiste uitstraling in contacten, weet het juiste gewicht in de schaal te leggen et cetera. Stel je deze persoon zo goed mogelijk voor en stap vervolgens in zijn of haar huid.

5. Richt je op het ‘halfvolle glas’.

Veel mensen staan nauwelijks stil bij de successen die ze boeken. Draai dat om. Realiseer je dat iedere blik van waardering, van aandacht, en ieder succes dat je boekt (groot of klein) nectar voor je kan zijn. Laat dit door je lichaam stromen. Het is tegengif voor stress en somberheid! Creëer dit nectar door welbewust jezelf dagelijks complimenten te geven en dat ook aan anderen te doen.

6. Richt je op de cirkel van macht

Invloed hebben, machtig of krachtig zijn, begint met je houding. Met hoe je denkt of spreekt. Denk en spreek je vanuit ‘moeten’, vanuit machteloosheid, afhankelijkheid of vanuit wat er wordt verwacht. Dan zit je in de cirkel van machteloosheid. Of denk, spreek en handel je vanuit eigen kracht? Vanuit ‘willen’ en ‘kunnen’, vanuit het ‘nemen van verantwoordelijkheid’. Dan zit je in de cirkel van macht. Onthoud dat het begint bij je manier van spreken. Let dus op je spraakgebruik.

7. Ken je valkuilen

Niemand van ons heeft iedere dag 100 procent zelfvertrouwen. We schieten allemaal wel eens door in onze valkuilen. Ga eens na hoe jij bent onder stress, bij een conflict, bij grote werkdruk, of als je afwijzing voelt. Word je onzeker? Te krampachtig? Faalangstig? Te perfectionistisch? Weet hoe dit voelt, welk gedrag je dan vertoont, wanneer het gebeurt, en wat het je brengt. Leer de signalen herkennen en weet wat de ‘triggers’ (oorzaken) zijn die jou in je valkuil doen belanden. Dit bewustzijn helpt je al. Bedenk dat iedereen hier mee te maken heeft.

8. Ken je kwaliteiten

Achter iedere valkuil ligt ook een kwaliteit. Perfectionisme verwijst vaak naar verantwoordelijkheidsgevoel, onzekerheid kan naar zorgvuldigheid verwijzen of naar het vermogen rekening te houden met anderen. Leer je eigen kwaliteiten kennen. Ook los van je valkuilen. Onderzoek bijvoorbeeld je flowervaringen om te ontdekken welke kwaliteiten jij laat zien als je in je element bent. Verbind je met je kwaliteiten. Probeer taken of klussen te krijgen waarin je echt kunt floreren.

9. Laat stress nooit oplopen

Met stress krijgen de meeste mensen nu eenmaal te maken in het werk. Dat is op zich niet erg, als je je maar beseft dat je na stress méér tijd moet nemen om te herstellen. Werkelijk herstel treedt pas in wanneer je lichaam ontspannen is. Je trainen in ontspanning én het feitelijk (echt) ontspannen, zijn de twee zaken waar het om draait bij het voorkomen (en herstellen) van stressklachten. Merk je dat je moeilijk ontspant, grijp dan meteen in!

10. Veranderen? Je kunt het

Vind je veranderen moeilijk? Kijk eens terug in je leven naar momenten van verandering. Wat is jouw best practice? Of stel je hierbij de ideale persoon weer voor (zie punt 4) en hoe hij of zij de verandering zou doormaken. Hoe zou die handelen in jouw situatie? Wat zou die oproepen bij anderen en welke feedback zou die dan krijgen. Stel je dat zo goed mogelijk voor en besluit om in de huid van die persoon te stappen.

Volkskrant, door Louise Boelens, eerder gepubliceerd op 12 december 2007