Hoe worden competenties in het algemeen opgevat en omschreven? De volgende competentielijst biedt inzicht in ruim 40 kwaliteiten die voorkomen bij HBO en WO geschoolden. De lijst is ingedeeld per onderwerp en geeft deelonderwerpen. Deze lijst helpt bij zelfonderzoek. En komt van pas in situaties waarin je kwaliteiten zichtbaar wilt maken.

Er zijn veel competenties. Hieronder noemen we er 40. Je kunt er een uitgebreide lijst van maken. Het meest compacte overzicht van je competenties is de elevator pitch.

COMPETENTIELIJST VAN PERSOONLIJKE VAARDIGHEDEN

1. Stressbestendig 

Ik blijf effectief en efficiënt werken in onzekere situaties.
Ik blijf onder druk oog hebben voor de consequenties van eigen ideeën en standpunten.
Ik blijf me in crisissituaties bewust van de gevolgen van mijn eigen handelen op anderen.

2. Proactief

Ik zoek naar kansen en onderneem actie om daaruit voordeel te halen.
Ik zie op lange termijn kansen voor interne en externe ontwikkelingen voor het bedrijf of de sector.

3. FLEXIBILITEIT

Ik kan van gedragsstijl veranderen om een doel te bereiken.

4. Conflict hanteren

Ik onderken conflicten tussen personen en kan effectief interveniëren.
Ik bevorder de communicatie tussen partijen die een conflict hebben.
Ik weet medewerkers die een heftig conflict hebben weer tot elkaar te brengen.
Ik overbrug tegenstellingen. Ik neem zo nodig maatregelen om tot een werkbare situatie te komen.

5. Verantwoordelijkheid nemen

Ik sta voor mijn keuzes of handelingen en laat me daarop aanspreken.

COMPETENTIELIJST VAN SOCIALE VAARDIGHEDEN

6. Communiceren

Ik stem de wijze van informeren af op de doelgroep en kies daarvoor de juiste kanalen.
Ik stem mijn communicatiestijl af op de behoefte van de ander.

7. Interactief leren

Ik sta open voor feedback en pas deze effectief toe.
Ik vertoon relevant voorbeeldgedrag.

8. Samenwerken

Ik zet me actief in voor een gezamenlijk resultaat en een gemeenschappelijk belang.
Ik benader relaties om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen.

9. Sensitiviteit tonen

Ik laat merken dat ik de positie en gevoelens van anderen onderken.
Ik signaleer spanningen op het werk en maak deze bespreekbaar.
Ik onderken de gevolgen van mijn eigen beslissingen op het functioneren van andere collega’s.

10. Sociabiliteit

Ik beweeg me gemakkelijk in diverse gezelschappen.

11. Tact tonen

Ik kan gevoelige zaken bespreekbaar maken.
Ik kan mijn eigen gedrag aanpassen aan gevoeligheden van anderen.

12. Beinvloeden

Ik weet anderen te overtuigen van de juistheid van bepaalde inzichten.
Ik weet draagvlak en betrokkenheid te krijgen voor standpunten en plannen.
Ik kan omgaan met weerstanden en kan acceptatie van veranderingen bevorderen.

13. Team building

Ik neem initiatief tot het ontwikkelen van gemeenschappelijke doelstellingen en uitgangspunten in (werk)roepen.
Ik weet de onderlinge betrokkenheid van teamleden te vergroten en bevorder daarmee de onderlinge samenwerking.

COMPETENTIELIJST VAN ORGANISATORISCHE VAARDIGHEDEN

14. Zelfmanagement

Ik heb inzicht in mijn eigen sterktes en zwaktes en kan daarnaar handelen.

15. Plannen en organiseren

Ik kan prioriteiten en subdoelen stellen om de grootste effectiviteit te behalen.
Ik geef de benodigde acties, tijd en middelen aan om de vooropgestelde doelen te realiseren.

16. Controleren

Ik bewaak budgetten en signaleer overschrijdingen.
Ik draag zorg voor een adequate kwaliteitscontrole.

17. Delegeren

Ik draag clusters van taken over en maak afspraken over te behalen targets.
Ik maak effectief gebruik van competenties en beschikbaarheid van medewerkers.

18.  Motiveren

Ik weet de betrokkenheid van medewerkers te vergroten.
Ik weet medewerkers te enthousiasmeren voor het bereiken van doelstellingen.

19. Coachen

Ik help anderen hun capaciteiten te ontplooien.
Ik adviseer anderen over het verbeteren van hun prestaties.

20. Leiderschap

Ik bepaal de targets en geef richting aan de wijze waarop die behaald kunnen worden.
Ik stuur professionals aan en formuleer de strategische doelen.
Ik bepaal de wijze waarop te behalen resultaten gestimuleerd worden.

21. Beslissen

Ik neem besluiten in complexe situaties.
Ik betrek relevante partijen in de besluitvorming en streef naar draagvlak.

22. Visie ontwikkelen

Ik formuleer doelstellingen voor de lange termijn.
Ik geef de richting aan waarin het vakgebied zich beweegt.

COMPETENTIELIJST VAN COMPUTERVAARDIGHEDEN

23. Werken met programma’s

Ik beheers tekstverwerkingsprogramma’s als bijvoorbeeld Word.
Ik benut ondersteunende ICT programma’s voor het verkrijgen van heldere managementinformatie.
Ik maak gebruik van SPSS voor statistische bewerkingen van onderzoeksgegevens.
Ik ondersteun presentaties met PowerPoint.

24. ICT gebruik en ontwerp

Ik beoordeel welke delen van werkprocessen geautomatiseerd worden.
Ik geef de relevante input aan ontwerper van programma’s.
Ik formuleer inhoudelijke criteria voor te ontwerpen programma’s.
Ik stimuleer ICT gebruik in kennismanagement.

25. Netwerken beheren

Ik bepaal welke gegevensdomeinen voor wie toegankelijk zijn.
Ik beveilig de externe toegang tot het netwerk door het opstellen van adequate procedures.

COMPETENTIELIJST VAN TECHNISCHE VAARDIGHEDEN

26. Hanteren van procedures en methodes

Ik pak problemen methodisch en gestructureerd aan.
Ik maak daarbij desnoods gebruik van verschillende methoden.
Ik geef aan welke procedures en methodes ingezet worden.
Ik bepaal de afwijkingen op de geldende procedures en methodes.

27. Omgaan met gereedschappen en materialen

Ik geef richtlijnen voor het werken met gereedschappen en materialen.
Ik weet hoe eigenschappen van materialen op elkaar inwerken en wat daarvan de consequenties zijn.
Ik weet welke aanpassingen van te gebruiken materiaal en gereedschap wenselijk zijn.

28. Technisch functioneel vormgeven

Ik benader systemen en middelen vanuit de intrinsieke eigenschappen.
Ik heb gevoel voor functionele implicaties en afstemming.

29. Ruimtelijk ontwerpen

Ik maak schetsen, blauwdrukken of materie in meer dan twee dimensies.

COMPTENTIELIJST VAN ARTISTIEKE VAARDIGHEDEN

30. Creativiteit

Ik kan oplossingen en voorstellen op een originele en oorspronkelijke wijze formuleren. Ik kan objecten op een oorspronkelijke wijze vormgeven.
Ik ontwerp patronen en figuren.
Ik beeld personen, situaties of gebeurtenissen op een kunstzinnige wijze uit.

31. Innoveren

Ik ontwerp nieuwe strategieën.
Ik durf buiten de gebruikelijke kaders te treden en stel nieuwe manieren van werken voor.
Ik bedenk een baanbrekend nieuw product.
Ik genereer creatieve input.

32. Expressief

Ik straal enthousiasme uit.
Ik geef objecten, ruimten of tekst zodanig vorm dat sfeer of gevoelens uitgedrukt worden.

ANDERE VAARDIGHEDEN EN COMPETENTIES

33. Informatie verzamelen

Ik heb inzicht in de deugdelijkheid en relevantie van informatiebronnen.

34. Analyseren

Ik kan een probleem of een kwestie ontleden in deelproblemen.
Ik zie samenhangen tussen verschillende zaken en kan die beschrijven.

35. Oordeelsvorming

Ik beoordeel data, plannen of adviezen aan de hand van relevante criteria.
Ik interpreteer data of gebeurtenissen vanuit expliciete normen en uitgangspunten.

36. Kwaliteitsgericht

Ik stel hoge eisen aan kwaliteit en faciliteer adequaat.
Ik toon voorbeeldgedrag waarin voortdurend streven naar verbetering van prestaties zichtbaar is.

37. Klantgericht

Ik anticipeer op wensen van klanten en vertaal deze in nieuwe producten of dienstverlening.

38. Onderhandelen

Ik bereik een wenselijke overeenkomst met partijen die in een andere positie verkeren of verschillende uitgangspunten hanteren.

39. Omgevingsbewustzijn

Ik weet mijn kennis van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen effectief in te zetten voor mijn eigen functie of de eigen organisatie.24