Opleidingsmogelijkheden en werkprivé balans zijn belangrijke aspecten waarop jonge professionals een werkgever beoordelen. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van PwC.Nederlandse werkenden, geboren ná 1980, zetten salaris buiten de top 5 aspecten waarop werkgevers beoordeeld worden. Het gaat om de groep die rond de millenniumwisseling op de arbeidsmarkt kwam. Nederlandse exponenten hiervan steken daarmee af bij hun internationale leeftijdgenoten die het inkomen op de tweede plaats zetten. Dat blijkt uit onderzoek van PwC onder 4000 jonge professionals in 75 landen. De mogelijkheid om carriere te maken staat bij allen hoog. In Nederland achten jonge professionals ook veel waarde aan de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling en pensioen. Bovenaan de wensenlijst hier staan opleidingsmogelijkheden en de werkprivé balans.

Zowel in binnen- als buitenland hebben jonge professionals oog voor de economische realiteit: hier accepteert 65 procent een compromis tussen bijvoorbeeld locatie, salaris, branche en secundaire arbeidsvoorwaarden. Internationaal doet 72 hetzelfde. De verschillen zijn groter als het gaat om de vraag of de jonge professionals het beter denken te gaan doen dan hun ouders: hier 58 procent, in het buitenland 67 procent. In Nederland denk 13 procent het véél beter te gaan doen dan de voorgaande generatie tegenover 32 procent internationaal.